Groter groeien
Een puber met AD(H)D is een puber in het kwadraat ... Bij
twee derde van de kinderen verdwijnt de AD(H)D niet als ze groter
worden. De zichtbare symptomen kunnen wel veranderen. De
hyperactiviteit neemt vaak af, maar de onrust blijft nog wel
aanwezig. Deze uit zich meer in de kleine motoriek (trommelen met
de vingers, friemelen, wiebelen).
De impulsiviteit wordt gemiddeld rond het twaalfde jaar minder.
Waar de meeste AD(H)D-kinderen echter ook in hun puberteit last van
blijven houden, is hun onvermogen zich langdurig ergens op te
concentreren en het hoofd bij de les te houden. Ook de bijkomende
stoornissen die vaak samen met AD(H)D voorkomen (comorbiditeit)
verdwijnen niet.
Voortgezet onderwijs
En verder worden tieners juist op die leeftijd geconfronteerd
met een ander AD(H)D-probleem dat tot dan toe een beetje op de
achtergrond is gebleven: ze hebben enorme moeite met organiseren,
coördineren, plannen, onthouden en timen. Vooral in het voortgezet
onderwijs lopen AD(H)D-pubers daarop vast. Daar wordt immers juist
op die vermogens een beroep gedaan.
Autonomie
De behoefte aan autonomie die rond de puberteit ontstaat,
ontwikkelt zich bij kinderen met AD(H)D normaal. Dat betekent dat
ze zich, net als andere kinderen, los willen maken van hun ouders.
Voor de ouders, die weten dat hun kind meer dan anderen risico's
loopt, is het de kunst om hun kind aan de ene kant vrij te laten om
zijn eigen leven in te richten, maar hem aan de andere kant niet te
laten verzuipen. Soms zullen ze hem moeten laten gaan terwijl ze
weten dat hij daadwerkelijk in zeven sloten tegelijk kan lopen. Ook
een AD(H)D-puber heeft er recht op fouten te maken en je hoopt, dat
ook ze daar op den duur van leren.
Positief benaderen en onderhandelen
Regels stellen en die handhaven, duidelijk maken wat de
consequenties van wangedrag zijn en zo nodig sancties toepassen.
Maar vooral: positief blijven benaderen en zo mogelijk problemen
vóór zijn. Vooraf bedenken wat er mis kan gaan en daar, liefst
samen met uw kind, praktische oplossingen voor bedenken.
Tieners moeten de ruimte hebben om te onderhandelen: dat geeft
ze het gevoel dat ze zelf ook iets in te brengen hebben. Natuurlijk
zijn er ethische normen als 'niet stelen' en 'je broertje niet
meppen' waaraan niet te tornen valt. Maar bij andere huis- en
omgangsregels, bijvoorbeeld over thuiskomtijden, liggen die grenzen
niet zo vast. Ook met een AD(H)D-er valt redelijk te overleggen,
zeker als ze weten dat ze serieus genomen worden.
Lees
verder: Je
eigen koers varen
Laatste wijziging: 14-05-2012