Positief benaderen
Uit studies blijkt dat voor álle kinderen een positieve
benadering het best is, maar dat dit bij kinderen met AD(H)D niet
minder dan een noodzaak is. Misschien klinkt dit u wat vreemd in de
oren. Uw kind zet de boel op stelten en u zou het positief moeten
benaderen? Het antwoord is 'ja'.
Het werkt het best als u goed gedrag stimuleert door het te
belonen (met waarderende woorden of aan de hand van een
beloningssysteem). Op deze manier vergroot u het zelfvertrouwen van
uw kind, leert uw kind het meest over hoe het zich juist wél dient
te gedragen en verbetert u de sfeer in huis.
Een negatieve aanpak werkt niet
Als u zich vooral richt op het ongewenste gedrag, komt u in een
vicieuze cirkel van dreigen, een niet luisterend kind, straffen,
een weer niet luisterend kind, dreigen, straffen ... terecht: met
als gevolg een ongelukkig kind, een vervelende sfeer in huis en
veel frustratie bij u. Bovendien: een negatieve aanpak (blijven
hameren op: níét gooien, níét slaan, níét schreeuwen, doe niet zo
wild!, hou op met schelden) werkt niet. Het is (zeker voor een kind
met AD(H)D) te moeilijk om uit negatief geformuleerde vermaningen
de 'vertaalslag' te maken naar wat u wél wilt. Zeggen wat u wél
wilt ('geef die stok aan mij, ga even daar op de bank zitten')
werkt wel.
Misschien zeggen mensen in uw omgeving dat uw kind eens een
zware straf of zelfs een goed pak slaag moet hebben. Reageer daar
niet op; uw kind zal er niets van leren. Uw relatie met uw kind
loopt bovendien schade op. Laat de buitenwacht maar zeggen dat u uw
kind verwent door het voor 'zoiets normaals' als op tijd opstaan en
aankleden een beloning te geven. Alleen door te belonen wat u wél
wilt dat het kind doet, zult u uw kind aangepast gedrag kunnen
aanleren.
Belonen en straffen
Natuurlijk betekent een positieve benadering van uw kind niet
dat u het niet meer mag straffen. U kunt uw ogen niet sluiten voor
de verkeerde dingen die het doet. AD(H)D is nooit een excuus voor
onaangepast gedrag; het kan er wel een verklaring voor zijn. Het is
van belang dat u consequent bent, direct straft, op een manier die
redelijk is en voorspelbaar is voor het kind. Let er ook op dat
beide ouders zich hetzelfde opstellen hierin.
Voorbeelden van straf: als uw kind vier punten kan verdienen met
op tijd opstaan, pyjama uitdoen en aankleden, en hij doet dat niet
binnen de afgesproken tijd, dan is de straf duidelijk: geen vier
punten verdiend. Als uw kind zijn zus of broer slaat, dan zet u het
een afgesproken periode apart.
Niet escaleren
Laat de situatie niet escaleren, maar grijp tijdig in. Zo
voorkomt u dat u zelf razend bent. Het is het best (maar moeilijk!)
als u uw kind kunt laten merken dat u zijn gedrag vervelend vindt,
maar dat u er niet door uit uw evenwicht raakt.
In het begin moet het kind vooral leren dat zijn of haar gedrag
consequenties heeft. Het moet leren dat gewenst gedrag loont en
ongewenst gedrag (bijvoorbeeld doordrammen) niet.
Lees
verder: Naar gedrag kijken: het
ABC-model
Laatste wijziging: 14-05-2012