DSM-IV criteria
De criteria voor de diagnose van AD(H)D zijn vastgelegd in het
handboek DSM-IV. DSM staat voor Diagnostic Statistical Manual of
Mental Disorders, het internationale classificatiesysteem van de
geestelijke gezondheidszorg. De huidige versie (uit 2000) is een
tekstrevisie van de vierde editie, aangeduid als DSM-IV-TR. ADD
wordt in de DSM gezien als subtype van ADHD, namelijk type 1, het
overwegend niet-oplettende type. De scores op deze criteria helpen
medici bij het vaststellen van de diagnose, maar ze geven niet de
doorslag.
Criteria voor de diagnose AD(H)D
Er is sprake van (1) en/of (2)
1. Aandachtstekort
Ten minste zes van de negen volgende symptomen bestaan al
minstens een halfjaar in een mate die onaangepast is en niet in
overeenstemming is met het verstandelijke niveau:
- let vaak niet goed op details of maakt slordigheidsfouten in
schoolwerk of bij andere activiteiten
- heeft vaak moeite om de aandacht bij een taak of spel te
houden
- lijkt vaak niet te luisteren wanneer iemand het woord tot hem
of haar richt
- heeft vaak moeite om instructies volledig te volgen en maakt
schoolwerk, taken of verplichtingen op het werk niet af (niet het
gevolg van oppositioneel gedrag of het onvermogen instructies te
begrijpen)
- heeft vaak moeite om taken en activiteiten te organiseren
- gaat taken die een langdurige mentale inzet vereisen (zoals
schoolwerk of huiswerk) vaak uit de weg; heeft er een hekel aan of
toont tegenzin ermee te beginnen
- raakt vaak dingen kwijt die nodig zijn voor taken of bezigheden
(bijvoorbeeld speelgoed, opgaven van school, potloden, boeken of
gereedschap)
- wordt vaak gemakkelijk afgeleid door uitwendige prikkels
- is vaak vergeetachtig bij dagelijkse bezigheden
2. Hyperactiviteit/impulsiviteit
Ten minste zes van de negen volgende symptomen bestaan al
minstens een halfjaar in een mate die onaangepast is en niet in
overeenstemming is met het verstandelijke niveau:
Hyperactiviteit
- beweegt vaak onrustig de handen of voeten of wiebelt op zijn
stoel
- staat op van zijn plaats in de klas of in andere situaties waar
wordt verwacht dat iemand blijft zitten
- rent in situaties waar dit ongepast is vaak rond of klautert
overal op (bij adolescenten en volwassenen kan dit beperkt blijven
tot een subjectief gevoel van rusteloosheid)
- kan moeilijk rustig spelen of zich bezighouden met ontspannende
activiteiten
- is vaak in de weer of draaft maar door
- praat vaak aan een stuk door
Impulsiviteit
- gooit het antwoord er al uit voordat de vraag is afgemaakt
- verstoort vaak bezigheden van anderen of dringt zich op
- heeft vaak moeite met op zijn/haar beurt te wachten
En behalve aan (1) en/of (2) voldoen de symptomen aan de
volgende kenmerken:
- voor de leeftijd van zeven jaar was al sprake van enige
symptomen op het gebied van hyperactiviteit, impulsiviteit of
gestoorde aandacht, die aanleiding geven tot disfunctioneren
- enig disfunctioneren als gevolg van de symptomen doet zich voor
in twee of meer contacten (bijvoorbeeld op school en thuis)
- er moet sprake zijn van duidelijke tekenen van niet goed
functioneren op school, thuis, met vriendjes e.d.
Er worden drie subtypen van AD(H)D onderscheiden.
Lees
verder: Drie subtypen van AD(H)D
Laatste wijziging: 02-05-2012