Het hoeft geen AD(H)D te zijn
AD(H)D is geen absoluut afgebakende categorie. Zoals de meeste
gedrags- en/of psychiatrische stoornissen kan het niet met
objectieve maten worden vastgesteld, zoals dat bij veel
lichamelijke ziektes wel kan. Bij diabetes bijvoorbeeld geeft het
percentage insuline in het bloed aan of er sprake is van
suikerziekte. Bij AD(H)D hebben we zulke 'biologische maten'
niet.
Zorgvuldige diagnose
AD(H)D is een diagnose die door een arts wordt gesteld. De arts
gebruikt daarbij gegevens van derden (ouders/leerkrachten). De
diagnose kan daardoor altijd een subjectief element bevatten. Een
reden te meer om zeer zorgvuldig te werk te gaan.
Er is bovendien geen waterdichte scheiding tussen iemand met en
iemand zonder AD(H)D. Elk kind heeft in meer of mindere mate wel
eens last van concentratieproblemen of hyperactiviteit en
impulsiviteit. Bij AD(H)D is sprake van meer dan gemiddeld
afwijkend gedrag, dat vaker en in ernstiger mate voorkomt dan
normaal én tot problemen leidt.
Druk, impulsief en/of ongeconcentreerd gedrag komt ook in meer
of mindere mate voor bij kinderen met andere stoornissen,
zoals:
- pervasieve ontwikkelingsstoornissen, waaronder PDD-NOS
- agressieve gedragsstoornissen (ODD en CD)
- hechtingsstoornissen
- ernstige verwaarlozing
- angst- of stemmingsstoornissen
- misbruik van (verslavende) middelen
- het syndroom van Gilles de la Tourette
Lees
meer: Het
vaststellen van de diagnose AD(H)D
Laatste wijziging: 02-05-2012