Problemen met executieve functies
Onder executieve functies (EF), een term vanuit de
neuropsychologie, worden de hogere controlefuncties van de hersenen
verstaan. Executieve functies zijn lastig eenduidig te definiëren
omdat het meerdere veschillende deelfuncties omvat. Alle executieve
functies hebben een controlerende en aansturende functie.
Voorbeelden van executieve functies zijn:
- het vermogen het eigen gedrag, handelingen en gedachten op tijd
te stoppen (responsinhibitie)
- het vermogen om flexibel van de ene situatie naar de andere te
gaan (flexibiliteit)
- de vaardigheid om informatie in het geheugen te houden om een
taak te voltooien (werkgeheugen)
Regelfuncties
In toenemende mate is er aandacht voor een tekort bij de
executieve functies van de hersenen. Deze regelfuncties zijn vooral
nodig bij het verwerken (coördineren en organiseren) van nieuwe en
complexe informatie. Ze doen hun werk in de voorste delen van de
hersenen, in het gebiedje dat de prefrontale cortex wordt
genoemd.
Met deze functies bepaalt een individu het doel van zijn
handelingen en gedrag, schakelt hij afleidende factoren uit, plant
hij de volgorde van handelingen, voert hij de taken die daarvoor
nodig zijn stap voor stap uit en controleert hij het effect,
waarbij hij ook rekening houdt met mogelijke toekomstige effecten.
Hij reguleert er de emoties, motivatie en alertheid mee en laat
ervaringen uit het verleden meespelen bij de verwachtingen over en
beslissingen voor de toekomst. Ook bijsturing van gedrag en
corrigeren van fouten hoort hierbij.
Steeds meer wordt duidelijk, dat de problemen van kinderen met
AD(H)D worden veroorzaakt door een verstoorde ontwikkeling van de
executieve functies (zie ook: Oorzaken en erfelijkheid
van ADHD).
Complexe handelingen
Als kernsymptomen van ADHD worden aandachtstoornissen,
hyperactiviteit en impulsiviteit genoemd. Maar kinderen met AD(H)D
hebben ook bepaalde zwakke executieve functies. Hoewel ieder mens
een ander profiel heeft met sterke en zwakke punten, hebben mensen
met ADHD altijd een achterstand in executieve functies.
Zo vinden kinderen het vaak moeilijk om complexe handelingen te
coördineren. Het kan al een probleem zijn om zich aan te kleden,
als de kleren niet vooraf zijn klaargelegd in de juiste volgorde.
Ze kunnen vaak niet doelgericht te werk gaan in nieuwe situaties;
het lukt ze niet om snel een 'plan' op te stellen zodat ze het
belangrijkste eerst doen. Ook kinderen met autisme hebben hier
moeite mee.
Innerlijke spraak
Een van de instrumenten die de regelfuncties gebruiken om hun
werk te doen is de innerlijke spraak. Dit is een vaardigheid die
kinderen, als het goed is, vanzelf ontwikkelen. Als kleuter praten
zij hardop in zichzelf, in de jaren daarop steeds zachter, totdat
zij aan het eind van de lagere school alleen 'in gedachten' met
zichzelf praten, onhoorbaar voor anderen. Innerlijke spraak is een
belangrijk middel om ons gedrag te reguleren: we gebruiken het
onder meer als we ons willen beheersen, als we plannen maken en als
we voor onszelf nagaan of een opgelegde regel redelijk is.
Bij kinderen met AD(H)D loopt de innerlijke spraak vaak achter
bij leeftijdgenoten. Hetzelfde geldt voor kinderen met
spraak-taalstoornissen, autisme en soms voor kinderen met
dyslexie.
Lees
verder: Veranderingen met de
leeftijd.
Laatste wijziging: 02-05-2012