Anders functionerende hersenen
Uit hersenonderzoek is duidelijk geworden dat er meestal geen
sprake is van beschadigde hersenen, maar dat er wel
neuroanatomische en neurochemische verschillen zijn tussen de
hersenen van kinderen met en zonder AD(H)D. Bij
neuroanatomische verschillen gaat het om vormverschillen
van bepaalde gebieden in de hersenen. Bij neurochemische
verschillen gaat het om verschillen bij het doorgeven van de
signalen in de hersenen.
Neuroanatomie
Uit diverse onderzoeken is naar voren gekomen dat
verschillende gebieden in de hersenen van kinderen met AD(H)D
kleiner zijn dan van hun leeftijdgenoten. Bovendien blijkt dat er
bij hen in een aantal gebieden géén sprake is van een asymmetrische
ontwikkeling van de hersenhelften, terwijl dit bij de gezonde
kinderen een normaal verschijnsel is. Hieruit concluderen
onderzoekers dat AD(H)D een heel vroege verstoring in de
hersenontwikkeling moet zijn.
Kleinere hersengebieden
Het zou gaan om de prefrontale hersengebieden (de voorste delen
van de hersenen); de hersenbalk die de verbinding vormt tussen de
linker- en de rechterhersenhelft, de kleine hersenen en
verschillende hersenkernen. Een aantal gebieden in de
rechterhersenhelft bleek bij kinderen met AD(H)D gemiddeld kleiner
te zijn dan bij kinderen zonder AD(H)D. Deze verschillen lijken
stabiel te zijn over de leeftijd heen. Hoe de verschillen ontstaan,
is (nog) niet bekend, net zo min als de manier waarop de
verschillen AD(H)D veroorzaken/beïnvloeden.
Neurochemie
De hersenen zetten ons aan tot uitvoering van gedrag. Hieraan
ten grondslag ligt een proces van zenuwcellen (neuronen) die
informatie (boodschappen) vanuit onze zintuigen (ogen, oren, neus,
tastzin) opnemen en verder in de hersenen verwerken (visuele
verwerking, auditieve verwerking etc.).
Neurotransmitters
Boodschappen worden in de zenuwcel via elektrische prikkels
doorgegeven. Zenuwcellen sluiten onderling niet vast op elkaar aan.
Tussen twee zenuwcellen ligt een open gebied (een spleet) die men
synaps noemt. In deze synaps worden de boodschappen van het
uiteinde van de ene cel via chemische stoffen doorgegeven naar het
uiteinde van de andere cel. Deze chemische stoffen noemen we
neurotransmitters. In de zenuwcel wordt de chemische reactie weer
omgezet in een elektrische prikkel.
Verstoring
Er zijn twee neurotransmittersystemen: het dopamine-systeem en
noradrenaline-systeem. Verstoringen in deze systemen worden als
basissymptomen van AD(H)D beschouwd. Medicijnen voor AD(H)D
beïnvloeden de systemen. Een studie onder volwassenen met AD(H)D en
controlepersonen toont aan dat de mensen met AD(H)D gemiddeld een
70% hogere activiteit van de dopamine-transporter hebben en dat de
activiteit van deze neurotransmitter bij 'gewone' mensen met de
leeftijd afneemt, maar bij mensen met AD(H)D niet. Het is nog
onduidelijk in hoeverre het serotoninesysteem (een ander
neurotransmittersysteem) een rol speelt bij AD(H)D.
Lees
verder: De invloed van de omgeving
Laatste wijziging: 02-05-2012