Invloed van de omgeving
De ontwikkeling van de hersenen begint al voor de geboorte en
gaat door tot (in elk geval) rondom het 23e levensjaar. Onder
invloed van de omgeving zorgen de genen ervoor dat zenuwcellen
gevormd worden, een plaats krijgen om hun functie uit te oefenen en
onderling verbindingen maken.
Interacties
Zoals eerder ook al werd aangegeven, kijkt men bij het zoeken
naar oorzaken van AD(H)D niet meer naar aanleg of omgeving op
zichzelf, maar naar de interacties tussen genen en omgeving. Dat
wil zeggen dat een bepaald gen slechts dan een negatief effect
heeft als er gelijktijdig sprake is van een risicovolle omgeving.
Maar het kan ook zijn dat kinderen met bepaalde genen juist
ontvankelijker zijn voor een positieve omgeving.
Omgeving in brede zin
Onder 'omgeving' wordt verstaan alle invloeden die niet
genetisch zijn. De 'omgeving' wordt hierbij in brede zin opgevat en
betreft zowel de psychosociale omgeving (relaties met belangrijke
anderen en de ingrijpende gebeurtenissen die zich hebben voorgedaan
in het leven van het kind), als de fysieke omgeving (voeding,
middelengebruik, blootstelling aan toxische stoffen en straling),
als de biologische omgeving (ziekte of ongevallen, tijdens de
zwangerschap, rond de geboorte of daarna).
Roken tijdens de zwangerschap wordt vaak als risicofactor
genoemd, maar wordt ook in verband gebracht met andere leer- en
gedragsproblemen. Krijgen alle kinderen van moeders die in de
zwangerschap roken 'dus' AD(H)D? Nee, maar ze hebben wel een
verhoogd risico, en met name wanneer deze kinderen al een
aangeboren aanleg/kwetsbaarheid in hun neurologische systeem hadden
voor AD(H)D.
Opvoeding en onderwijs
De ontwikkeling van de hersenen en het daaruit voortvloeiend
gedrag worden beïnvloed door de manier waarop met het kind wordt
omgegaan. Dit geldt in hoge mate voor heel jonge baby's maar het
gaat ook op voor oudere kinderen. We zien dat AD(H)D-symptomen
verbeteren bij:
- veel structuur
- interessante activiteiten
- een-op-een aandacht of direct toezicht
- het frequent belonen van goed gedrag
We zien de AD(H)D-symptomen verslechteren bij:
- weinig structuur
- saaie activiteiten
- slecht toezicht
- weinig/geen positieve reacties op goed gedrag
Het kan niet vaak genoeg herhaald worden dat omgevingsfactoren
als opvoeding en onderwijs geen AD(H)D kunnen veroorzaken of
voorkomen. Deze factoren kunnen wel de gevolgen van AD(H)D
beïnvloeden, zoals de hevigheid van de symptomen en de mate waarin
het kind eronder lijdt.
Lees
verder: Heeft mijn kind AD(H)D?
Laatste wijziging: 02-05-2012